Emigratieheffing - aanslag bij vertrek

De Emigratieheffing

Emigratieheffing is een speciale belasting aanslag die de Nederlandse belastingdienst Emigranten in specifieke gevallen kan opleggen.

Sinds de invoering in 2001 is over deze omstreden heffing reeds veel te doen geweest. Uiteindelijk in juni 2009, na een uitspraak van de hoge raad, was reparatie wetgeving noodzakelijk om de emigratieheffing in stand te houden.

Een teken aan de wand voor verdere juridische strijd over de exit-heffing / exit-tax / opzegging van het verplichte abonnement op de Nederlandse belastingen. Ook de Europese Unie is nog niet klaar met Nederland.

Latente belastingschuld

De emigratieheffing is gebaseerd op een zogenaamde latente belastingschuld. Een heffing in de toekomst omdat gebruik is gemaakt van belastingvrije aftrek van bijvoorbeeld premies voor pensioen en lijfrentes. Er wordt pas afgerekend met de belastingdienst in het jaar dat de bijvoorbeeld een lijfrente vrijkomt. Om te voorkomen dat (tijdelijke) emigranten deze belastingschuld ontduiken wordt door de belastingdienst bij emigratie de omstreden conserverende aanslag opgelegd.

Conserverende aanslag bij emigratie - een aanslag op het budget
De conserverende aanslag - afrekenen over belasting voordelen in het verleden

 
Voor menig emigrant met een lijfrente, pensioen of een aanmerkelijk belang een onaangename verrassing wat een flinke deuk kan slaan in het emigratie budget. Tevens kan de conserverende aanslag door een bank gezien worden als schuld of lening. Kortom het kan de financiële positie van de emigrant op langere termijn aantasten. Geen wonder dat de weerstand groot is en kosten nog moeite wordt gespaard om de heffing onderuit te halen.

Lees meer over Emigreren met schulden of leningen.

Vertrokken met de noorderzon

De conserverende aanslag hangt af van de strekking van het belastingverdrag met het emigratie land. Dit is het emigratie land welke is aangegeven tijdens het uitschrijven uit het bevolkingsregister bij de gemeente.
Zonder belastingverdrag is het mogelijk dat de belastingdienst de conserverende aanslag voor met name houders van een aanmerkelijk belang direct betaald (de zogenaamde AB-Heffing) wil zien of een zekerheidsstelling verlangt voor uitstel van betaling. Ook kan de belastingdienst bijvoorbeeld rechtstreeks bij een verzekeringsmaatschappij van een pensioen of lijfrente een belastingschuld innen als blijkt dat de belanghebbende spoorloos is verdwenen.

Het belastingverdrag

Indien een belastingverdrag bestaat met het land van emigratie dan kan de betaling van de conserverende aanslag 10 jaar worden uitgesteld zonder zekerheidstelling, mits er in die periode geen ‘verboden handeling’ of 'besmette handeling' (termen belastingdienst) plaats vindt. Bijvoorbeeld door het ineens laten uitkeren (afkopen) van het belastingvrij opgebouwde pensioen of de lijfrente. Na 10 jaar vervalt de conserverende aanslag.

Wat binnen de emigratie heffing valt is afhankelijk van het belastingverdrag. Het interpreteren van de inhoud van belastingverdragen ligt voor de meesten buiten bereik en is uiteraard goede handel voor de internationale belastingadviseur. Belangrijk om te weten is dat Nederlandse belastingverdragen in strijd kunnen zijn met de regels van de Europese unie. Helaas blijkt uit de praktijk dat belastingverdragen / belastingregels pas worden aangepast na een besluit van de nederlandse hoge raad. Kortom lange wegen die door enkelen - met  succes - zijn bewandeld.

Moment van emigratie

Aan de buitenkant gezien is het niet altijd duidelijk wat de datum van emigratie is, ondanks dat dit voor de emigrant wel zo kan zijn.  De fiscus hanteert meerdere indicatoren om te bepalen of er sprake is van emigratie, en kan zelfs stellen dat u niet bent geëmigreerd. Uitschrijven uit het bevolkingsregister (Gemeentelijke Basis Administratie – GBA) is slechts 1 van de indicatoren. De opgegeven emigratiebestemming bij uitschrijving is door de belastingdienst in te zien, alsmede andere instanties die toegang hebben tot de GBA (Gemeentelijke Basis Administratie).  

Het is niet vreemd dat de datum van emigratie een potentieel twistpunt is. Immers de start van de 10 jaars termijn van de conserverende aanslag hangt af van de datum van emigratie. Daarnaast kan de belastingdienst traag zijn met het opleggen van de conserverende aanslag en kan de daadwerkelijke looptijd veel langer dan 10 jaar zijn.

Bij terugkeer naar Nederland binnen de 10 jaars termijn vervalt de conserverende aanslag automatisch. Er is sprake van remigratie bij inschrijving in het bevolkingsregister (gemeentelijke basis administratie - GBA).

Overlijden na emigratie

Dat de arm van de Nederlandse belastingdienst lang is blijkt alleen al uit de emigratieheffing. Er is echter meer en dat is een speciale clausule in de successiewet, uiteraard gericht op de tijdelijk emigrant met een aanzienlijke erfenis.

Overlijden binnen 10 jaar na emigratie kan extra gevolgen hebben voor de erfenis en de nabestaanden. Immers iemand met de Nederlandse nationaliteit wordt na emigratie nog gedurende 10 jaar beschouwt als fictief inwoner van Nederland. Deze zogenaamde woonplaatsfictie trekt de gehele nalatenschap onder de heffing van de Nederlandse successiewet. Ook hier is het moment van emigratie weer van groot belang, met name bij overlijden rondom het 10-de jaar na emigratie.

De erfenis van de emigrant is belast via woonplaats fictie
Gehele nalatenschap van de emigrant 10 jaar onder Nederlandse successiewet

Het voor de hand liggende probleem is dat dezelfde nalatenschap in de belastingheffing van twee landen kan vallen. Bezittingen in Nederland zoals onroerende zaken of een belang in een in Nederland gevestigde onderneming vallen sowieso onder het Nederlandse successierecht.

Een belastingverdrag met het land van emigratie kan uitkomst bieden, maar zeer zeker niet in alle gevallen omdat erfenissen niet altijd zijn opgenomen in de verdragen. Ook kan een dubbele heffing worden voorkomen door het “Besluit voorkoming dubbele belasting” uit 1989. Dit besluit kan worden toegepast als de nalatenschap al in het andere land aan belasting is onderworpen.

Nederland en de strijd met de Europese Unie

De Europese Unie heeft een aantal zaken lopen tegen verschillende landen, waaronder Nederland, over de beruchte "immediate exit tax" voor bedrijven en personen. De Europese Unie vind de Exit Heffing in strijd met het recht op vrije vestiging in de Europese unie. (Article 49 of the Treaty on the Functioning of the European Union)

Belangrijke Europese uitspraken in deze context zijn:

 

 

  1. De Lasteyrie du Saillant, Case C-9/02 of 11 March 2004, 

  2. The N-Case-470/04 of 7 September 2006

     

Spraakmakende Europese zaken over de beruchte EXIT tax.

Deze uitspraken laten blijkbaar nog ruimte over voor Nederland om het huidige Exit Heffing beleid voort te zetten.

 Op 18 maart 2010 is Nederland opnieuw de wacht aan gezegd door de Europese Unie. Het Europese pers statement "Direct taxation: The European Commission requests Belgium, Denmark and the Netherlands to change restrictive exit tax provisions." heeft de details.

Zie ook: Beruchte Emigratie heffing opnieuw aangepast.

 Opmerkelijk in 2010 - De Nederlandse Belastingdienst wil meer naast de klant staan.

 

Tags: